Sahara

De Sahara is de grootste zandwoestijn op aarde. Hij is gelegen in Noord-Afrika en strekt zich uit van de Westelijke Sahara aan de Atlantische Oceaan tot aan de Rode zee in Egypte. Aan de noordzijde wordt hij begrensd door de Middellandse Zee en het Atlasgebergte. De zuidzijde wordt gevormd door de Sahel, een gebied dat enigszins begroeid is. De naam Sahara is afgeleid van het Arabische woord saghara, dat is arabisch voor woestijn. Hoewel vandaag de dag de Sahara een grote woestijn is, was die dat niet altijd. Tijdens het Pleistoceen en het Holoceen bestond de Sahara nog voor het overgrote deel uit savanne, en er groeiden dan ook veel plantensoorten. In deze perioden konden mensen zich goed handhaven in deze gebieden als verzamelaar en jager. Vermoedelijk leefden de olifanten, bavianen, katachtigen etc., nog tot in het Neolithicum in het gebied dat tegenwoordig de Sahara heet, en tot een miljoen jaar terug waren er nog planten terug te vinden die we tegenwoordig alleen in natte, vochtige gebieden aantreffen of zelfs in de tropen. In de Sahara zijn nog resten terug te vinden van diverse menselijke rassen, zoals de Homo habilis en de Homo australiphithecus, vermoedelijk al ruim vijf miljoen jaar geleden. In de huidige Sahara kunnen dan ook tot twee miljoen jaar oude stenen werktuigen worden aangetroffen.Tussen 18.000 en 10.000 v.Chr. beleefde de Sahara een extreem droge periode, waarin de woestijn verder naar het zuiden trok. Na 10.000 v.Chr. werd de Sahara weer vochtiger, en rond 8.500 v.Chr. begint het Holoceen subpluviaal, waarin de Sahara een aanmerkelijk vochtiger klimaat en een dichtere menselijke bevolking bezat. Zo’n 6000 tot 4000 jaar geleden trad in de Sahara en Arabië een abrupte verwoestijning op. Met de verschillende ijstijden veranderde het klimaat, met name de neerslag, en daarmee ook de begroeiing. Lang zaamaan kreeg de Sahara het uiterlijk dat tegenwoordig kan worden aangetroffen in de Franse Provence, en nog later veranderde het gebied tot het type dat we tegenwoordig kennen: een dorre, zanderige vlakte met weinig begroeiing. In de zomer van 2005 trok er zelfs een zwaar onweerscomplex dwars door de Sahara richting de Middellandse Zee. Iets wat veel meteorologen en klimaatdeskundigen tot voor kort voor onmogelijk hielden. Tegelijkertijd lijkt de Sahara meer grip te krijgen op Zuid-Europa. Deze extreem warme bovenluchten uit de Sahara veroorzaken langdurige hittegolven in Europa. Hierdoor konden de laatste jaren grote bosbranden in Spanje, Portugal, Italië en Griekenland ontstaan.

 


De oppervlakte van de Sahara bedraagt ongeveer 9065000 vierkante kilometer. De Sahara omvat, geheel of deels de volgende landen:Marokko in de Westelijke Sahara, Mauritanië, Mali, Niger, Algerije, Tunesië, Libië, Tsjaad, Egypte en Soedan.De strook net ten zuiden van de Sahara wordt de Sahel genoemd, en de landen waarin deze halfwoestijn ligt, noemen we de Sahel-landen. De Sahara is zeer droog en de gemiddelde neerslag bedraagt minder dan 100 millimeter per jaar. De dagen zijn zeer warm en de nachten relatief koud. Wanneer het daarentegen wel regent kan dit vrij onverwacht gebeuren en in hevige plensbuien. Deze plensbuien kunnen voor reizigers gevaarlijk zijn omdat de wadi’s waardoor het water wordt afgevoerd, door hen als weg of pad wordt gebruikt. Het komt dan ook wel eens voor dat een onfortuinlijke reiziger niet op tijd de wadi kan verlaten en in de woestijn verdrinkt. Niet de hele Sahara bestaat uit de kenmerkende zandduinen; er zijn ook veel rotsachtige gebieden. In feite bestaat slechts 20 procent van de Sahara uit zand, de rest is rotsachtig.

Op verschillende plaatsen in de woestijn komen oases voor, plaatsen waar drinkwater aan of nabij de oppervlakte komt. Midden in de woestijn ligt het Tsjaadmeer, het op één na grootste zoetwatermeer van Afrika. Saharastof is stof van zandstormen uit de Sahara dat via de atmosfeer tot aan België en Nederland of zelfs noordelijker kan tegen komen en dat met de regen op aarde neerkomt. Het grootste deel van het stof komt echter in de Atlantische Oceaan terecht. In het stof zit een hoeveelheid ijzer waarmee een groot deel van die oceaan bemest wordt. Hierdoor neemt de fotosynthese van plankton toe. Heel zelden valt er wel eens sneeuw in de sahara. In hoger gelegen delen van de Sahara valt er echter wel vaker sneeuw. Het Atlasgebergte, hoewel aan de rand van de woestijn, kent zelfs enkele ski-resorts. Maar ook gebergten in het centrum van de Sahara krijgen soms met sneeuwval te maken. De relatieve luchtvochtigheid is weliswaar laag, maar de absolute luchtvochtigheid is genoeg om sneeuw te vormen wanneer de lucht tegen de bergen wordt opgestuwd. Het Tibestigebergte ontvangt gemiddeld iedere 7 jaar sneeuw op de hoogste toppen, en de Tahat in het Massief van Ahaggar gemiddeld iedere 3 jaar.

In de Sahara komt een grote verscheidenheid aan diersoorten voor, waaronder de addax (Addax nasomaculatus), manenschaap (Ammotragus lervia), jachtluipaard (Acinonyx jubatus) en gestreepte hyena (Hyaena hyaena).

De planten zijn ook aan de grote temperatuurschommelingen aangepast. Zo hebben ze lange wortels om water gemakkelijker uit de grond te halen en ze hebben kleine en dikke bladeren.


DE LYBISCHE- OF DE WESTELIJKE WOESTIJN

Een deel van deze woestijn heet de grote zandzee. Dit gebied is de noord-oostelijke deel van de Sahara woestijn. Gelegen op het grondgebied van Libië, Egypte en het noordwesten van Soedan. Het is min of meer rechthoekig gebied. In 1924 is de Westelijke woestijn nauwkeurig in kaart gebracht door Ahmed Hassanein na zijn ontdekkingsreis waar hij 5635 km te voet door de woestijn was getrokken. De woestijn bestaat voornamelijk uit zand en stenen, en wordt bewoond door de Sanoesi.