Farao
Is de titel die wordt gebruikt om koningen aan te geven. De term is afgeleid van de woorden ‘per aa’, hetgeen ‘groot huis’ of ‘paleis’ betekent. De farao was de vervanger van de goden op aarde, meer bepaalde de god Horus, later van de oppergod Ra. De Egyptische staat was een absolute monarchie. Volgens de wet ging alles wat er gebeurde in het land terug op de heerser.
Hij had op grond van zijn ambt als enige wetgevende macht. Wetten en decreten werden door hem uitgevaardigd. De geschreven bronnen laten ons zien dat de farao zelf alle beslissingen nam. Er was wel een raad, een zekere koningsnovelle, die de farao advies kon geven maar de farao besliste zelf of hij dat advies aannam. Hij benoemde ambtenaren en priesters, die allen in zijn naam en als zijn plaatsvervanger taken in het land waarnamen. Daarnaast was de farao ook de bevelhebber van de krijgsmacht. Zijn persoonlijke aanwezigheid bij veldtochten is in vele gevallen bewijsbaar. Hij was diegene die de beslissing over oorlog of vrede nam en het leger liet oprukken.
De koning was niet alleen heerser over Egypte maar hij zwaaide ten tijde van de Egyptische expansiepolitiek ook de scepter over de veroverde gebieden in Nubië en VoorAzië. Hij onderhield diplomatieke betrekkingen met buitenlandse staten. Deze betrekkingen zijn het best gedocumenteerd en in het in Amarna gevonden kleitablettenarchief met de correspondentie tussen Egypte en de Voor-Aziatische staten. De koning was ook verantwoordelijk voor de onderne-mingen op het gebied van de buitenlandse handel, waarvan de bekendste de expedities naar Poent zijn, die in koninklijke staatsopdracht plaatsvonden. Een militaire invasie in, of de verovering van, Poent heeft nooit plaatsgevonden.
De farao beschikte over een aantal kronen die hij droeg in verschillende omstandigheden. De witte kroon of Hadjet is een langwerpige muts die zich toespits aan het einde en eindigt in een knobbel. Deze kroon werd gedragen als de vorst zich als een heerser van Opper-Egypte wou voordoen. De rode kroon of Desjret bestaat uit een rode mijter die doorloopt op de achterkant, aan de voorkant springt er een strook schuin omhoog die eindigt in een krul.
De rode kroon werd gedragen als de vorst zich als een heerser van Neder-Egypte wou voordoen. De dubbele kroon of Psjent was een combinatie van de witte en de rode kroon. Men beschouwde deze kroon als kroon van verenigd Egypte. De oorlogskroon of Chepresj is een blauwe helm. Hij is voorzien van een gouden rand. Ramses II en Seti II droegen massaal deze oorlogskroon. De Atef-kroon ziet eruit als de witte kroon met een gouden bol met struisvogelveren aan weerszijden. Deze kroon werd gedragen tijdens religieuze rituelen of speciale gebeurtenissen.